Tennisarm en meer...

Tennisarmklachten zijn eigenlijk ook nooit lokale klachten, maar passen vaak in een 'lijn' vanaf de nek, via de schouder naar de hand. Deze lijn noemen we de armfascie. Binnen de fascie hebben alle delen invloed op elkaar.

Er loopt een zenuw van de nek naar de onderarmspieren. De nek is altijd het eerste aangrijpingspunt bij armklachten. We kijken we daarbij naar de houding van de wervelkolom, de stand en het gebruik van de schouder. Kan iemand nog wel hoog reiken, zoals bij de service van tennis, het blokken bij volleybal of een pan in het bovenste keukenkastje doen? Bij verstoring van souplesse in de armfascie kan iemand inklemmings- of impingementklachten krijgen. Eerst zwellen de pezen onder het schouderdak op om zich te beschermen tegen de inklemming, daarna worden ze hard en tenslotte kunnen ze haarscheurtjes gaan vertonen. Bij veel plotselinge krachtsinspanningen kunnen ze dan scheuren.

Bij golf is het belangrijk dat de hele romp goed gedraaid kan worden om een goede swing te hebben. Wanneer de romp niet goed kan bewegen, gaat iemand elders compenseren om toch de beweging te kunnen maken. De kans op schouder- en armproblemen neemt toe. De grote borstspier neemt dan bijvoorbeeld teveel over, waardoor de spanning van de borstspier toeneemt. De schouder gaat naar voren staan en zenuwen die hieronder lopen hebben het moeilijk.

Bij spierkrachtverlies in de romp of schouder, kan iemand zijn club, racket of stick moeilijker in de handen houden. De knijpkracht moet dan groter zijn om controle te houden wat kan leiden tot een tennisarm. Iemand heeft dan pijn aan de buitenelleboog bij knijpen, schroeven indraaien, potje openen, sleutel omdraaien. Een tennisarm komt ook voor bij muzikanten.

Als iemand niet de juiste houding heeft, bijvoorbeeld door te werken met de computer of tablet op schoot, krijgt de nek een knik, verslechtert de zenuwgeleiding naar de arm, met pijn, tintelende vingers en soms uitval tot gevolg.

De behandeling bestaat uit het lokaal aanpakken van de klacht onder andere met rekoefeningen, ontspanningstechnieken van de spieren en het losmaken van de hele fascie.