Gewrichten en spieren

Algemeen

Gewrichts- en spierklachten worden ook wel orthopaedische klachten genoemd. Soms gaan deze samen met neurologische klachten: zenuwen worden ingeklemd en kunnen dan uitval, tintelingen of pijn geven. In de navolgende pagina's vindt u een indeling per lichaamsregio en de meest voorkomende problemen. Pijn, stijfheid en krachtverlies in armen of benen worden behandeld volgens de nieuwst anatomische inzichten. Vaak wordt eerst het bindweefsel (fascie) losgemaakt, zodat bewegen weer mogelijk wordt.

Op internet is heel veel informatie over klachten te vinden. Op onze website kiezen wij ervoor summiere informatie te geven van veelvoorkomende klachten die wij kunnen behandelen. Kijkt u op de klachten genoemd in de blauwe navigatie hiernaast. Tijdens uw intake en behandeling kunt u alles aan uw therapeut vragen. Deze zal zo goed mogelijk uitleg geven over uw klacht in uw situatie.

Uitgebreide informatie over anatomie, pathologie, medische onderzoeken en behandelingen staan goed beschreven op werkendlichaam.nl.

 

 

Lees meer...

Rondom operaties

Lees meer...

Training vóór een operatie kan zinvol zijn om beter te herstellen ná de operatie. Wanneer u een nieuwe heup of een nieuwe knie krijgt, leert u vooraf met krukken te lopen en wordt een start gemaakt met oefeningen die u ook na de operatie voortzet. Na de operatie behandelen we u eerst in uw eigen huis. We oefenen met u bijvoorbeeld het opstaan en gaan zitten in uw eigen bed of stoel of het traplopen op uw eigen trap. Als u weer buiten kunt lopen en mobiel genoeg bent, komt u naar de praktijk om daar verder te trainen. Als het nodig is, lenen we kleine hulpmiddelen uit die van pas komen om gemakkelijk te bewegen.

Soms is er geen tijd voor voorbereiding, zoals bij letsels die ontstaan tijdens het sporten. Ook dan geldt: als u niet naar de praktijk kunt komen, dan komen wij naar u toe! Daarvoor heeft u een verwijzing nodig van uw behandelend arts.

Later in het traject kunt u in onze oefenzaal trainen of buiten onder begeleiding looptraining volgen.

Revalidatie thuis

Lees meer...

Na een ingreep, zoals een (kijk-)operatie kunt u vaak thuis herstellen. Eerst moet het weefsel waarin is gesneden of geprikt, gezond worden. Voorzichtige oefeningen op bed of in de stoel zijn vaak nodig om met actieve doorbloeding dit herstel te bevorderen. Het gevoel in uw lichaam moet op een zo comfortabel mogelijke manier weer goed terugkomen. Ook als u bang bent om weer te bewegen, sneller moe of duizelig bent na een ingreep, kan revalidatie thuis helpen. U leert omgaan met hulpmiddelen. Wij werken samen met ergotherapeuten en met allerlei thuiszorgorganisaties, zoals de oncologieverpleegkundigen en buurtteams van Zorgbalans, Zorgspecialist en Buurtzorg.

Als u moeite heeft met omdraaien in bed, gaan zitten op de rand, staan bij de wastafel, uw evenwicht bij aan- of uitkleden of lopen naar het toilet, kunnen wij u helpen. Wij kunnen u ook leren hoe u met uw krukken of rollator kunt lopen, hoe u buiten veilig kunt lopen en een straat oversteken.

 

Trauma, korter of langer geleden

Lees meer...

Bij sportongevallen, valpartijen op straat of in huis, als u zich verstapt of keihard uw hoofd stoot, gaat u naar de dokter. Als die geen grote schade vaststelt moet u zelf herstellen. Als u pijn of stijfheid blijft houden bezoekt u opnieuw de dokter. Bij kneuzingen, blauwe plekken of zwellingen, en littekens (oude en die waar net de hechtingen uit zijn) kan fysiotherapie de genezing bevorderen en het ongemak verminderen. Bij onbloedige trauma's, zoals een hersenschudding kan oedeemtherapie worden toegepast.

Als een trauma langer geleden is kan blijvend letsel zijn opgetreden. Vaak is het bindweefsel rondom de gekwetste plek stugger geworden en kan het zijn steunfunctie niet meer goed uitvoeren. Spieren die door het bindweefsel zijn omgeven kunnen dan hun kracht niet meer goed kwijt.

Door fascietechnieken te gebruiken kan het bindweefsel weer herstellen: de souplesse en doorbloeding worden verbeterd en alle structuren (spieren, bloedvaten, zenuwen) kunnen weer beter functioneren. Een voorbeeld: bij overrekte enkelbanden is het bindweefsel beschadigd en geeft geen goede signalen naar de spieren die het gewricht moeten beschermen. Deze reageren dan te traag bij de volgende dreigende overrekking. Met fascietechnieken wordt het bindweefsel soepeler, losser gemaakt en gestimuleerd om gezond te reageren. De spieren die omgeven zijn door en verbonden zijn met de fascie reageren dan weer beter. Dan kan ook spierversterking en reactievermogen worden getraind.

Tips voor eerste hulp bij ongelukken vindt u op de website van EHBO.

Nek, schouder en arm

Lees meer...

In de lijn schouder-arm-hand kunnen veelsoortige klachten voorkomen. Vaak is er een relatie met de nek, van waaruit alle zenuwen naar de schouder en arm gaan. Bloedvaten lopen onder het sleutelbeen door naar de hand. Bij een stugge borstkas kan de schouder minder goed bewegen en dat kan weer uitstralende klachten naar de arm en hand geven. De naam KANS (klachten aan arm, nek en/of schouder) wordt vaak gebruikt om niet-specifieke symptomen in deze regio te beschrijven.

Veel voorkomende problemen

  • Inklemmingsklachten: pezen, zenuwen, bloedvaten of slijmbeurzen komen klem te zitten tussen het schouderblad, sleutelbeen, bovenarm of ribben. Een deel van de schouderbeweging is dan pijnlijk.
  • Kapselproblemen: de schouder wordt stijver (frozen shoulder). U kunt dan niet meer hoog reiken of uw hand op uw rug krijgen.
  • Instabiliteit: de bovenarm blijft niet goed zitten, omdat de schouderkom ondiep is. Er zijn veel spieren en banden nodig om dit goed te laten lukken. Bij een overrekking of overbelasting kunnen zij soms hun werk niet meer goed doen en wordt het gewricht instabiel; het kapsel raakt geïrriteerd. Bij mensen die veel kracht met hun schouderspieren uitoefenen, zoals pitchers bij honk- of softbal, zien we vaak een instabiliteit aan de voorzijde van het gewricht.
  • Breuken of fracturen van een van de botstukken in de buurt (bovenarm, sleutelbeen, schouderblad, ribben, wervels), scheurtjes van pezen of spieren, ontwrichting (luxatie) zijn ook voorbeelden van klachten die grote invloed hebben op de schouderfunctie.
  • Tennisarm: bij tennissen, maar vooral bij knijpen en bovenhands tillen.
  • Golfersarm: als de buigspieren van de onderarm en hand veel worden gebruikt kan de binnenkant van de elleboog klachten geven. De klachten komen voor bij klimmers, golfers en bouwvakkers
  • Bicepspeesproblemen: de biceps loopt van het schouderblad tot aan de onderarm en kan aan de uiteinden stug worden of soms verkalken. We gebruiken de biceps heel vaak. In de loop van de jaren komen er geleidelijk aan klachten, zie ook bij inklemming schouder. Sommige mensen horen een knakgeluid in de schouder als ze de onderarm draaien (bijvoorbeeld bij een potje opendraaien of sleutel omdraaien).
  • Polsfracturen: de pols bestaat uit heel veel kleine botjes die nogal eens breken bij het opvangen van een val. Zeker bij uitglijden, zoals bij gladheid op straat of in sanitaire ruimten, komen deze fracturen veel voor.
  • Triggerfinger: de buigpezen van de vingers worden dikker en kunnen minder goed glijden door alle weefsels in diezelfde vinger. Soms zijn de weefsels gezwollen en kan de gewone pees niet goed glijden. Steeds schiet hij dan vast, soms zelfs met een klik. De vinger kan dan niet meer goed recht komen. Vaak bij muzikanten, klussers, mensen die ongetraind veel kracht zetten met hun vingers.
  • Inklemmingsklachten: bij de pols heet dit het carpaaltunnelsyndroom. Pezen kunnen minder goed glijden in de dwarse band die ze bij elkaar houdt. Deze klachten ontstaan vaak geleidelijk.
  • Tintelende vingers, vaak als gevolg van nekklachten, soms bij inklemmingsklachten in de schouder of arm. Soms treedt hierbij ook krachtverlies in de hand op: onverwacht valt er een kopje uit uw handen.

Mogelijke oplossingen

Onze benadering van deze klachten bestaat uit gedegen onderzoek van wat er precies aan de hand is. Welke spieren doen het wel/niet goed, wat lokt de pijn of tinteling precies uit, welke factoren in de romp en nek hebben een negatieve invloed op de klacht en welke een positieve? Daarna behandelen we u eerst op weefselniveau, bijvoorbeeld met fascietechnieken, manuele therapie, mulligan mobilisaties.

Daarbij leren we u oefeningen aan om de functie van uw nek, schouder en of arm te herstellen of bewegingen gemakkelijker te maken. We kiezen de oefeningen zo uit dat ze bij uw doel passen, zoals weer pannen uit een kastje kunnen pakken, ramen zemen, tennissen, klimmen of achterom kunnen kijken op de fiets.

 

Heup, lies en knie

Lees meer...

De benen dragen ons, ze moeten stabiel zijn en toch lenig genoeg. Als er problemen optreden merken we dit vaak bij traplopen, sprinten, wandelen, knielen, hurken, staan op één been (zoals bij aankleden) en veters strikken.

Veel voorkomende problemen

  • Heupslijtage of artrose: het kraakbeen in het heupgewricht wordt dunner. Heel ver buigen of ver strekken gaat dan minder goed. Dit leidt uiteindelijk tot het ontzien van het been en 'krom' lopen.
  • Bursitis: over de heupknobbel aan de buitenzijde van het been lopen pezen en banden van bekken tot knie. Als hieraan te hard of gewoon in de verkeerde richting wordt getrokken gaat het weefsel protesteren en maakt meer vocht aan om schade te voorkomen. Deze kleine zwelling heet bursitis en is altijd ergens een gevolg van. U kunt dan niet meer op die kant in bed liggen en aanraken is pijnlijk.
  • Liesproblemen: bij voetballers of hardlopers. Vanuit gestrekte stand van de heup schieten of een grote stap maken is dan pijnlijk. Overrekking of teveel kracht zetten kan de klachten veroorzaken. Soms is er ook een inklemming zoals bij een liesbreuk. Dan kan het been niet goed gebogen worden.
  • Situatie na heup- of knieoperatie: na het implanteren van een nieuwe heup of nieuwe knie moet u weer goed leren lopen, uw litteken soepel houden, uw spieren van bil en bovenbeen versterken en langzaam aan weer leniger worden.
  • Pijn rondom of achter de knieschijf: kraakbeenletsel bij jonge en heel oude mensen. Knielen, hurken, een trap op lopen is vaak pijnlijk.
  • Knie-instabiliteit: de knie voelt niet stevig aan, zoals bij overrekking van de banden of zelfs scheuren (kruisbandletsel bij voetbal bijvoorbeeld). U heeft het gevoel dat u er doorheen kan zakken.
  • Knieartrose: slijtage van het kraakbeen binnenin het gewricht. De pijn is vooral bij het starten van een beweging zoals opstaan vanaf een stoel na langer zitten. Ook een trap af lopen is vaak vervelend.
  • Meniscusletsel: scherpe pijn bij ver buigen of strekken en draaien tegelijk kan dit letsel veroorzaken. Soms hoort u steeds een klik of krak. Een klein scheurtje voelt u soms wel en dan weer even niet. Wanneer een meniscus echt kapot is moet het worden geopereerd.
  • Situatie na artroscopie: via een klein gaatje in de huid wordt met een kleine camera gekeken wat er precies voor letsel is. Soms volgt dan een kleine ingreep. De knie kan daarna dik zijn en pijnlijk. Drainage van het vocht en losmaken van het genezen litteken kan helpen om minder klachten te hebben.
  • Spierletsel: aan de zijkant van het been kan een frictiesyndroom zijn ontstaan; een peesplaat (afkomstig van de heup-bilspieren) loopt naar de knie. Als u hardloopt op een scheve weg kunt u de pees steeds irriteren doordat deze in een verkeerde hoek wordt belast. Een ander spierprobleem is een spierscheurtje in het bovenbeen zoals kan voorkomen bij voetballers die in plaats van de bal te raken, blijven steken in een pol gras. Spieren aan de binnenkant van het bovenbeen kunnen hard gespannen zijn door bewegingsgewoonten, zoals vaak met de benen over elkaar zitten. Dan klemt u de bloedvaten af en het bloed stroomt niet goed naar de romp terug.

Mogelijke oplossingen

Na het verbeteren van het weefsel (soepel maken door massage, stretchen, littekenbehandeling, verbeteren vochtafvoer) worden er oefeningen gegeven. Eerst onbelast (zonder gewicht erop), later belast (staan, lopen). Op het moment dat de bovenbenen en billen weer sterk zijn, worden heup en knie beter beschermd. Dat kan nieuwe klachten voorkomen. Het is belangrijk dat de opbouw van de oefeningen bij uw levensstijl past.

 

Voet en onderbeen

Lees meer...

Voeten en onderbenen liggen ver bij het hart vandaan. Klachten hebben vaak te maken met stagnatie van vocht. Dit zakt met de zwaartekracht mee naar beneden ('stalbenen'). Bij staan en lopen zijn de voet- en onderbeenspieren constant actief om op de been te blijven. Overbelasting van een of meerdere spieren komt vaker voor. Bij kramp is een spier te hard en knijpt een bloedvat dicht of het weefsel geeft een signaal dat de spier meteen aan moet spannen om ergere schade te voorkomen. Voeten dragen uw hele gewicht. Klachten hieraan hebben bijna altijd invloed op de rest van uw lichaam.

Veel voorkomende problemen

  • Zweepslag: kleine of grotere scheur in de kuitspier(en) of in de kleine spiertjes die naar de tenen gaan. Ineens is er pijn in de kuit, soms al bij gewoon stilstaan of bij verstappen. Bij koude spieren en onvoldoende goede doorbloeding kan dit probleem steeds terugkomen. Afzetten en afwikkelen van de voet is dan niet meer mogelijk.
  • Shinsplints: scheenbeenpijn, vaak door overbelasting en tekortschietende circulatie. Andere schoenen, ander looppatroon of ongetraind heel ver wandelen kunnen de oorzaak zijn. De spieren aan de voorkant van het onderbeen kunnen hun oude bloed onvoldoende kwijt, zwellen op en er kan geen 'vers' bloed met brandstof en zuurstof bij. Spieren functioneren dan niet goed bij de gevraagde belasting. Vroeger kwam dit heel veel voor bij militairen die moesten marcheren met hun 'kistjes'.
  • Hielspoor: het hielbeen reageert met kalkvorming op langdurige belasting van de peesplaat aan de voetzool of indirect via grote spanning van de kuitspier op de achillespees die weer verbindende vezels heeft over het hielbot heen. Verzachtende zolen helpen tegen de pijn, maar lossen het probleem niet op.
  • Houdingsklachten: platvoeten, holvoeten, hamertenen en scheve tenen (hallux valgus). Aanleg, bouw van de voet, bewegingsgewoonten en schoeisel zijn allemaal van invloed. In extreme gevallen wordt er weleens een operatie uitgevoerd om tenen recht te zetten. Vaak is hulp van een podoloog of podotherapeut nodig om de voet goed te ondersteunen.
  • Verstuikte enkel: vaak zwikt iemand met de enkel in een onbewaakt ogenblik of bij grote krachtinwerking zoals neerkomen na een sprong. Lopen op ongelijk terrein of een stap missen zijn ook situaties waarbij de enkel kan verstuiken. De enkelbanden worden overrekt, de voet- en enkelspieren reageren te laat. Een kneuzing of scheur is het gevolg. Meteen koelen helpt om grote bloeduitstorting te voorkomen. Vaak is het goed om de schoen aan te laten om steun te geven en erge zwelling te voorkomen. Bij twijfel laat u een foto maken om een fractuur uit te sluiten. De Ottawa ankle rules (download onderaan deze pagina) helpen om snel te bepalen hoe erg het letsel is en wat er moet gebeuren. Bij recidieven rekken uw enkelbanden uit en moeten de spieren geactiveerd en versterkt worden om uw gewricht te beschermen.

Mogelijke oplossingen

Bewegingsanalyse en weefselbeoordeling zijn de start van de behandeling. Waar is het dik, dun, zwak, pijnlijk? Welke beweging provoceert? Welke houding reduceert? Hoe groot zijn de krachten geweest bij het letsel, welke bewegingsvoorkeuren heeft iemand? Dit en allerlei andere invloeden die te maken hebben met de klacht moeten worden nageplozen. De behandeling bestaat vaak uit weefselstimulans zoals verbeteren van de doorbloeding, losmaken van verklevingen en verminderen van spanning. Daarna komen de oefeningen, soms om de lenigheid te verbeteren en heel vaak om de kracht en stabiliteit van de voet en enkel te vergroten. Sporters worden getraind tot op sportniveau.

Bij twijfel worden de Ottawa Ankle Rules toegepast.

Rug en romp

Lees meer...

Romp- en rugklachten komen veel voor en kunnen ook elders in het lichaam voor symptomen zorgen. Vaak is een onhandige voorkeurshouding of beweging de oorzaak van de klachten. We noemen dit bewegingsarmoede of statische overbelasting zoals bij te lang achter de computer, in de auto zitten, lang staan bij de kassa, scheef 'hangen'. Dynamische overbelasting is te zwaar tillen of dragen, zoals bij een hele dag grindtegels uit de tuin halen.

Rugklachten zijn vaak niet specifiek. Er is geen medische oorzaak aan te wijzen, maar wel vaak een uitlokkende houding of beweging. Specifieke rugklachten zijn wel medisch aantoonbaar, zoals een uitpuilende tussenwervelschijf (hernia) of stenose.

Veel voorkomende problemen

  • Buigklachten van nek of lage rug: moeite met bukken of zitten en daarna weer overeind komen.
  • Strekklachten: hoofd achterover (zoals bijvoorbeeld bij haren wassen bij de kapper), borstwervelkolom strekken of diep inademen geven problemen.
  • Inklemmingsklachten van zenuwen zoals bij een hernia (scheurtje in de tussenwervelschijf) of ischias (inklemming van de grote rug-beenzenuw door onder andere de bilspieren).
  • Spit of blokkeringsklacht: u verdraait of verstapt zich en staat scheef, krom en kan niet meer verder. Een gewricht tussen wervel en rib kan ook geblokkeerd raken. Dit merkt u doordat u moeilijker kunt draaien met het bovenlichaam of moeilijker diep door kunt ademen.
  • Stenose: extra botvorming rondom de wervels of in het wervelkanaal. Dit geeft vaak pijn en uitstralende klachten.

Mogelijke oplossingen

Afhankelijk van de oorzaak wordt een traject gekozen om uw rug soepel en stabiel te laten functioneren. Vaak maken we gebruik van de lichaamsfasciën om bewegingen beter te sturen, kinesiotaping om dit vol te houden tussen de behandelingen door en oefentherapie om de rug goed te verzorgen. Hier horen bekkenbodemoefeningen, rug- en buikspieroefeningen bij. Het doel is altijd om herhaling te voorkomen en uw belastbaarheid te vergroten. Conditietraining om de spierspanning voor veilig ruggebruik vol te kunnen houden, hoort er ook bij.

Bekken

Bekkenklachten zijn vooral bekend bij zwangerschap. Maar ook ouderen kunnen te maken hebben met bijvoorbeeld:

instabiele bekkengewrichten: het heiligbeen moet goed klem zitten tussen de darmbotten. De bewegingen moeten minimaal en zo gelijk mogelijk zijn. Bij een beenlengteverschil of een sterke voorkeursbeweging bij lopen of afzetten, kan dit verstoord raken.

bekkenbodemklachten: als de bekkenbodemspieren niet sterk genoeg zijn kan iemand incontinentieklachten krijgen (stressincontinentie). Als de bekkenbodem te gespannen is kunnen er ook klachten ontstaan bij bijvoorbeeld vrijen of naar de wc gaan.

Het bekken verbindt de romp met de benen, dus een verstoring hier kan elders klachten geven. Bij heup- en rugonderzoek wordt ook altijd naar het bekken gekeken.

Lees meer...