Nek, schouder en arm

In de lijn schouder-arm-hand kunnen veelsoortige klachten voorkomen. Vaak is er een relatie met de nek, van waaruit alle zenuwen naar de schouder en arm gaan. Bloedvaten lopen onder het sleutelbeen door naar de hand. Bij een stugge borstkas kan de schouder minder goed bewegen en dat kan weer uitstralende klachten naar de arm en hand geven. De naam KANS (klachten aan arm, nek en/of schouder) wordt vaak gebruikt om niet-specifieke symptomen in deze regio te beschrijven.

Veel voorkomende problemen

  • Inklemmingsklachten: pezen, zenuwen, bloedvaten of slijmbeurzen komen klem te zitten tussen het schouderblad, sleutelbeen, bovenarm of ribben. Een deel van de schouderbeweging is dan pijnlijk.
  • Kapselproblemen: de schouder wordt stijver (frozen shoulder). U kunt dan niet meer hoog reiken of uw hand op uw rug krijgen.
  • Instabiliteit: de bovenarm blijft niet goed zitten, omdat de schouderkom ondiep is. Er zijn veel spieren en banden nodig om dit goed te laten lukken. Bij een overrekking of overbelasting kunnen zij soms hun werk niet meer goed doen en wordt het gewricht instabiel; het kapsel raakt geïrriteerd. Bij mensen die veel kracht met hun schouderspieren uitoefenen, zoals pitchers bij honk- of softbal, zien we vaak een instabiliteit aan de voorzijde van het gewricht.
  • Breuken of fracturen van een van de botstukken in de buurt (bovenarm, sleutelbeen, schouderblad, ribben, wervels), scheurtjes van pezen of spieren, ontwrichting (luxatie) zijn ook voorbeelden van klachten die grote invloed hebben op de schouderfunctie.
  • Tennisarm: bij tennissen, maar vooral bij knijpen en bovenhands tillen.
  • Golfersarm: als de buigspieren van de onderarm en hand veel worden gebruikt kan de binnenkant van de elleboog klachten geven. De klachten komen voor bij klimmers, golfers en bouwvakkers
  • Bicepspeesproblemen: de biceps loopt van het schouderblad tot aan de onderarm en kan aan de uiteinden stug worden of soms verkalken. We gebruiken de biceps heel vaak. In de loop van de jaren komen er geleidelijk aan klachten, zie ook bij inklemming schouder. Sommige mensen horen een knakgeluid in de schouder als ze de onderarm draaien (bijvoorbeeld bij een potje opendraaien of sleutel omdraaien).
  • Polsfracturen: de pols bestaat uit heel veel kleine botjes die nogal eens breken bij het opvangen van een val. Zeker bij uitglijden, zoals bij gladheid op straat of in sanitaire ruimten, komen deze fracturen veel voor.
  • Triggerfinger: de buigpezen van de vingers worden dikker en kunnen minder goed glijden door alle weefsels in diezelfde vinger. Soms zijn de weefsels gezwollen en kan de gewone pees niet goed glijden. Steeds schiet hij dan vast, soms zelfs met een klik. De vinger kan dan niet meer goed recht komen. Vaak bij muzikanten, klussers, mensen die ongetraind veel kracht zetten met hun vingers.
  • Inklemmingsklachten: bij de pols heet dit het carpaaltunnelsyndroom. Pezen kunnen minder goed glijden in de dwarse band die ze bij elkaar houdt. Deze klachten ontstaan vaak geleidelijk.
  • Tintelende vingers, vaak als gevolg van nekklachten, soms bij inklemmingsklachten in de schouder of arm. Soms treedt hierbij ook krachtverlies in de hand op: onverwacht valt er een kopje uit uw handen.

Mogelijke oplossingen

Onze benadering van deze klachten bestaat uit gedegen onderzoek van wat er precies aan de hand is. Welke spieren doen het wel/niet goed, wat lokt de pijn of tinteling precies uit, welke factoren in de romp en nek hebben een negatieve invloed op de klacht en welke een positieve? Daarna behandelen we u eerst op weefselniveau, bijvoorbeeld met fascietechnieken, manuele therapie, mulligan mobilisaties.

Daarbij leren we u oefeningen aan om de functie van uw nek, schouder en of arm te herstellen of bewegingen gemakkelijker te maken. We kiezen de oefeningen zo uit dat ze bij uw doel passen, zoals weer pannen uit een kastje kunnen pakken, ramen zemen, tennissen, klimmen of achterom kunnen kijken op de fiets.