Lymfoedeem

Het vocht buiten de bloedbaan heet lymfe. Het is vocht dat om elke cel zit als een soort badje. Kleine badjes vormen banen en stromen. In de banen zitten stations; de lymfeklieren die dit vocht analyseren en er slimme dingen mee doen. Lymfeklieren vormen zelf ook cellen om bijvoorbeeld bacteriën te pakken, stoffen te markeren die later door de nieren worden uitgescheiden en ze maken cellen voor het immuunsysteem. Andere organen die belangrijk zijn bij de lymfecirculatie zijn de milt en de thymus. Bij stagnatie van de stroming van het vocht rond de cellen of een grote opstopping in de lymfebanen moet de onderliggende oorzaak eerst worden opgespoord. Pas daarna kan er eventueel drainage worden toegepast. Lymfevocht dat vies is, veel eiwitten bevat, stroomt het langzamer. Lymfeklieren moeten dan harder werken om het te filteren en voelen dan dik aan. Iemand die verkouden is heeft vaak opgezette lymfeklieren in de hals, omdat die druk bezig zijn te filteren en daarbij het immuunsysteem ondersteunen.

De hydroloog Vodder heeft hier veel onderzoek naar gedaan, met als belangrijke conclusie dat de omgeving waarin de cel leeft gezond moet zijn met stromend vocht voor toevoer van voedsel en afvoer van afvalstoffen. Mensen bestaan voor 70% uit vocht. Het is van levensbelang om dit goed en gezond te laten stromen.

Onzichtbaar lymfoedeem is er bijvoorbeeld bij een hersenschudding of een diepliggend litteken in de buik. Zichtbaar lymfoedeem is er vaak na bestraling, operatie of een trauma. Veel informatie is te vinden bij het Nederlands Lymfoedeem Netwerk.

Zeer gedetailleerde informatie over lymfe en chemie kunt u hieronder downloaden.